Dance op 3FM

Dance op 3 FM
Op zoek naar de cross-over

Pure dansmuziek op 3FM is voorbehouden aan de zaterdagnacht. Sterren als Tiësto en Dave Clarke nemen dan de popzender over. Sinds kort heeft de VPRO een nieuw dancetalent onder haar hoede. Dansen met Delsing komt uit het niets en is het eerste nieuwe VPRO-radioprogramma in vijf jaar op de popzender. “Dit was echt een buitenkans”.

Toen hij net begonnen was bij 3FM nam Tomas Delsing de laatste trein vanuit zijn woonplaats Amsterdam naar het verlaten mediapark in Hilversum. Ruim op tijd voor zijn nachtprogramma, dat om 4 uur ochtends begint. “Heel schizofreen: zat ik tussen de dronken malloten terwijl ik misselijk was van de zenuwen, van te veel koffie en te weinig slaap. Maar ik wilde me goed kunnen voorbereiden.”
Het was dan ook een sprong in het diepe voor de 26-jarige Delsing, vertelt hij in z’n vrolijk ingerichte appartement in Oud-West. Begin maart kreeg de ex-stagiair van muziekredactie 3voor12 de vraag of hij wellicht wat voelde voor een nachtelijk radioprogramma waarop louter dance zou worden gedraaid. Delsing had als student geschiedenis en politicologie nul ervaring met radio maar heeft wel verstand van dance, kan praten als Brugman en bezit een goede radiostem. Dat was ook 3voor12-eindredacteur Willem van Zeeland opgevallen.  Precies een maand later startte het programma Dansen met Delsing.
“De eerste reacties zijn goed”, weet Van Zeeland. “We proberen met het programma een brug te slaan naar de reguliere 3FM-luisteraar en die de alternatieve dance in te trekken. Ik denk dat we met Tomas een talent hebben binnengehaald die op termijn kan uitgroeien tot een radiopersoonlijkheid voor de VPRO.”
Die persoonlijkheid moet voorlopig alle zeilen bijzetten, vindt hij zelf. Vooral technisch is het lastig. “Ik heb het idee dat ik acht ballen tegelijk in de lucht moet houden met die live-gesprekken, dj-mixen en jingles. Maar ik vind het verschrikkelijk leuk en wil inmiddels niets liever doen dan radio maken. Dit was echt een buitenkans.”

Tiësto
Dansen met Delsing is voor de VPRO het eerste nieuwe radioprogramma op 3FM in vijf jaar. Met 3voor12/Whitenoise van de Britse dj Dave Clarke vult de omroep nu een groot deel van de zaterdagnacht. Een nacht waarin dance centraal staat. Samen met BNN is de VPRO inmiddels hofleverancier van de vierkwartsmaat op 3FM. Die jongerenomroep trapt af met met Club Ajouad om daarna de dj-grootheid Tiësto ruim baan te geven voor Club Life.
Tiësto’s komst naar de popzender was in april de aanleiding om de zaterdagnacht op de schop te nemen, beaamt zendercoördinator Wilbert Mutsaers. “Tiësto liet weten dat hij zich muzikaal gezien in een andere richting wilde begeven. Dat bleek ook uit zijn remixen voor artiesten als de Wombats en de Yeah Yeah Yeahs, echte 3FM-bands. We hebben toen BNN benaderd. Het was ook tijd dat er wat veranderde op de zaterdagnacht.”
Ook Dave Clarke is het daar mee eens, al vond de Britse dj het aanvankelijk maar niets dat zijn al vijf jaar succesvol draaiende programma moest wijken voor Tiësto. “Het was geen goed nieuws, nee. Maar nadat ik er met Armin van Buuren over had gepraat tijdens een optreden in Brazilië voelde ik me vreemd genoeg opgelucht. Weet je wat het is? Ik kan nog steeds zelf de muziek uitkiezen die ik draai. Daarin ben ik de enige op 3FM. Dat is een privilege en een eer.”
Clarke’s undergroundprogramma Whitenoise wordt nu twee uur dieper de nacht uitgezonden. Ter compensatie kreeg de VPRO er twee uur radio bij, gevuld door Tomas Delsing.

Te plat
Dance is verreweg de grootste jongerencultuur in Nederland,  compleet met tientallen festivals, honderden clubs en dj-helden. Toch blijft pure dansmuziek op een popzender lastig. Mutsaers: “De dance heeft zich de afgelopen jaren dusdanig ontwikkeld dat het beter is gaan passen bij het muzikale profiel van 3FM. Maar bepaalde vormen van dance worden – zeker overdag – als te plat ervaren. Niet alleen door mij, maar ook door de dj’s en door veel luisteraars.” Zo brandde de voetbalhousehit One van The Swedish House Maffia razendsnel op en haalde 3FM ook het platte Party Rock Anthem al vrij snel van de playlist af. “Met zulke platen is het bij ons binnen een paar weken wel gepiept”, lacht Mutsaers. “Dat brengt ons wel eens in conflict met het platenlabel. Maar dan is mijn reactie altijd: we hadden hem ook niet kunnen draaien.”
Nee liever maakt de zender zich hard voor artiesten die de cross-over maken tussen dance en pop, die oud verbinden met nieuw. Ontluikende talenten als James Blake en Alex Clare bijvoorbeeld. Mutsaers: “Aan hun singles hebben we behoorlijk getrokken. We hebben ze allebei megahit gemaakt. Dat vergt wel wat van je luisteraar. Maar het is goed om af en toe iets te laten horen waarvan de helft van de mensen denkt ‘wat ís dit?’ terwijl de andere helft zijn oren spitst.”

Bruiloftscene
Ook Tomas Delsing zoekt voor zijn programma de scherpe rand in dansmuziek. Zijn playlist bevat werk van relatief onbekende artiesten als Joker, Jamie XX en Digitalism. “We draaien de moeilijke dansplaten waar overdag geen plaats voor is. Maar je moet wel rekening houden met het tijdstip. We maken het programma voor mensen die terugkomen van een nacht stappen. Die zitten niet te wachten op introverte beats.”
Dus moet het knallen en bijten maar ook “een beetje een liedje blijven”, weet Delsing. “Dubstep doet het altijd goed in de nacht. Daar wordt echt onwijs op gereageerd via de sms.”  Bovendien blijkt er een sluimerende bruiloftscene bestaan want de jonge radiomaker heeft vrijwel wekelijks luisteraars in de uitzending die terugkomen van een huwelijksfeest.

Het feit dat Tomas zijn programma live presenteert is belangrijk voor 3FM. De enige twee uitzonderingen op die regel zijn de programma’s van Tiësto en Dave Clarke. Beide beroemde dj’s staan op zaterdagavond nu eenmaal achter de draaitafels ergens in de wereld geld te verdienen en nemen hun radioshows van tevoren op. Dat heeft ook voordelen, lacht zendercoördinator Wilbert Mutsaers “Het is het enige moment van de week dat we de 3FM-studio kunnen schoonmaken.”

Dance op 3FM door de jaren heen
Pionier van de beats op 3FM (Hilversum 3 heette het toen nog) is Ferry Maat met z’n Soulshow, die in de jaren zeventig regelmatig een discoplaatje draait en met het programmaonderdeel De Bond van Doorstarters het begrip dj-mix onder de aandacht van een groot publiek brengt. Ben Liebrand krijgt het als eerste dj begin jaren tachtig voor elkaar om een uur lang radio te maken met non-stop dansmuziek, naadloos aan elkaar gemixt.  Beatmixen, dat is een revolutie op de publieke zender. Als de Soulshow in ’90 naar Radio 10 Gold verdwijnt neemt Barry Pitch (en later Martijn Krabbé) de donderdagavond over met Tros Dance Trax.
Eind jaren tachtig krijgt het housevirus greep op de Nederlandse clubs. Het VPRO-programma Frontlijn durft als eerste de monotone vierkwartsmaat uit Detroit en Chicago op de nationale popzender te draaien. Toch duurt het tot 1992 voordat het genre z’n eigen radioprogramma krijgt, op de zaterdagavond.  Het programma For Those Who Like To Groove van AVRO-dj Robin Albers rammelt aan alle kanten en word na een jaar al van de zender gehaald maar heeft -dankzij een levendige ruil van cassette-opnames & MP3-rips- inmiddels een mythische status onder danceliefhebbers. Later volgen onder meer Rave Radio van Adam Curry en 3voor12BPM met Job de Wit, beiden op de zaterdagnacht. De Wits show wordt in 2006 overgenomen door Dave Clarke en omgedoopt tot Whitenoise.

 

Dit artikel verscheen in juli 2011 in de VPRO-gids

WASHED OUT IS MEER DAN SLAAPKAMERMUZIEK

De zomer van 2011 mag dan tegenvallen, Washed Out uit het zonnige Atlanta biedt soelaas. Zijn debuutalbum, Within and Without, is de soundtrack van alle zomerse en stoute gedachten.

Tekst: René Passet

“Wij hebben zulke goede seks op jouw muziek”, kreeg Ernest Green al een paar maal te horen na optredens. Hij werd er een beetje verlegen van. “Wat zou jij doen als je zulke persoonlijke ontboezemingen krijgt van fans?”, lacht het jonge brein achter Washed Out. “Het is ongemakkelijk, maar tegelijkertijd ook wel grappig.” Green – net-uit-bedkapsel, blauwe ogen en dromerige blik – is in Nederland voor een aantal concerten om z’n kersverse debuutalbum, Within and Without te promoten. Een plaat die de ene na de andere lovende recensie binnenhengelt.

Washed Out maakt deel uit van een nieuwe lichting muzikanten die het niet zoekt in beats, maar in sfeer en harmonie. Net als Toro y Moi (met wie Green goed bevriend is), Grouper en Panda Bear maakt Washed Out dromerige pop. Maar waar de luxaflex bij de genoemde referenties vaak gesloten blijft, gooit Washed Out juist alle ramen open. Zijn muziek is de ultieme soundtrack voor alle mooie gedachten. Warm als de zomerzon.

Logisch dus dat Within and Without niet in de grote stad maar in de vrije natuur werd gemaakt. In het buitenhuis van zijn schoonfamilie in Atlanta. “Dat huis staat op een prachtige plek in het midden van nergens”, vertelt Green. “Alleen al om mijn boodschappen te kunnen doen moest ik een half uur rijden.” Hulp kreeg hij van producer Ben Allen, bekend van zijn werk met Gnarls Barkley en Animal Collective. “Ben hielp me om op het juiste spoor te blijven en me te concentreren op het liedje, als ik mezelf weer eens dreigde te verliezen in de techniek.”

Perenboomgaard
Green groeit op met grunge en hiphop, voorzover dat weet door te dringen tot de perenboomgaard rond z’n ouderlijk huis in Georgia. Na zijn eerste experimenten met beats op gekraakte software kruipt hij als tiener langzaam de psychedelische hoek in. “In feite is Washed Out een combinatie van hiphop en psychedelica, waarbij ik popelementen, zoals songstructuur en lyrics, gebruik.”

Jarenlang schaaft en sleutelt Green aan zijn eigen sound voordat hij er mee naar buiten durft. Hij noemt Caribou een van zijn grote voorbeelden. “Ik was zwaar onder de indruk van zijn album Up in Flames (2006, RP) en probeerde dat geluid te kopiëren. Dat lukte maar niet, tot mijn grote frustratie. Mijn probeersels klonken veel te rommelig en vol.”

Teleurgesteld gooit Green de handdoek in de ring en maakt een half jaar geen muziek. Als hij de draad weer oppakt, heeft hij ineens beet. “Ik kwam erachter dat ik op mijn best ben als ik de dingen simpel houd. Basic songwriting. Ik concentreerde me op een heel pure melodie in plaats van iets te willen maken met enorm complexe instrumentatie.”

Obscure platen op eBay
Op zoek naar bruikbare samples voor zijn eerste producties spendeert Green uren op eBay. “Je vindt daar veel verzamelaars die hun complete collectie verkopen en fragmenten van de muziek online hebben gezet”, weet hij. “Ik was op zoek naar heel obscure platen die ik kon gebruiken voor textuur en sfeer.” Volgens Green is de veilingsite een geweldige bron voor inspiratie. “Je kunt zoeken op cosmic disco, italodisco, noem maar op en krijgt honderden resultaten. Daar zitten ook singles tussen waarvan maar tien mensen op deze aarde een exemplaar hebben.”

Zo ontdekt Green de muziek van Gary Low en Change, Italiaanse discogroepen die de basis vormden voor bijvoorbeeld ‘Feel It All Around’ en ‘Get Up’ van zijn ep Life of Leasure. “Ik ben een sucker voor dat soort discodrumbreaks en val heel erg voor het analoge geluid, dat rechtstreeks op tape is opgenomen.”

Verliefd op shoegazesound
Greens lijzige stem vormt vanaf het begin een belangrijk onderdeel van het Washed Outgeluid. Niet als communicatiemiddel maar als instrument. Hij neemt zijn zanglijnen laag over laag op, zodat er een melancholieke melange ontstaat die veel bijdraagt aan de dromerige sfeer van Washed Out. Dat zijn teksten nauwelijks verstaanbaar zijn, deert hem niet. “Ik hou erg van de shoegazesound van groepen als My Bloody Valentine en Spiritualized. Bij hen ging het ook meer om de sfeer dan om het verhaal.”

Ook de naam Washed Out reflecteert die associatieve aanpak. Het is een omschrijving voor verkleurde, uitgebleekte foto’s, waarop het onderwerp soms niet meer duidelijk herkenbaar is. Voer ‘washed out‘ als zoekopdracht in op fotosite Flickr en je krijgt duizenden hits van gebleekte shots.

Goede kans dat daar trouwens een foto tussen zit die Ernest Green zelf gemaakt heeft. Het artwork van z’n eerste singles maakte hij met zijn eigen camera. Des te vreemder is het daarom dat hij voorWithin and Without koos voor een zogeheten stockfoto, een speciaal voor verkoop gemaakte opname. Die vervolgens doodleuk opdook bij een artikel in de Amerikaanse Cosmopolitan, omdat de licentierechten niet goed geregeld waren. Een wijze les.

 

WhoMadeWho – Knee Deep

WhoMadeWho

Knee Deep

Kompakt/NEWS

Af en toe doen ze een beetje aan Devo denken, die boys van WhoMadeWho. Dezelfde malle pakken, dezelfde catchy electropopliedjes, dezelfde cross over met een knipoog tussen dance en rock. Of is de stap naar de dance nu definitief gemaakt, gezien het feit dat hun minialbum Knee Deep op het duitse danslabel Kompakt uit komt?

Dat blijkt mee te vallen. Het Deense trio Tomas Barfod, Tomas Hoffding and Jeppe Kjellberg laat de synths weliswaar lustig grommen en kreunen, er klinken ook nog steeds gitaren, echte drums en zelfs een hobo (in openingsnummer ‘There’s An Answer’).

De toon van Knee Deep is vergeleken met de microfeestjes op het titelloze debuut uit 2005 een stuk droeviger. Melancholiek, zullen ze zelf zeggen. “Should I call you up?”, vraagt zanger Kjellberg retorisch terwijl de krakende instrumenten en gierende synths op ‘Every Minute Alone’ gestaag naar een crescendo kruipen. Soulwax in spandex.

Elders, op het ratelende en stotende technonummer ‘All that I Am’ bijvoorbeeld, klinkt WhoMadeWho als het Deense antwoord op GusGus, labelgenoten uit IJsland. Die maakten jaren geleden al de overstap van indie naar de dansvloer.

Knee Deep is zo’n album dat gemakkelijk over het hoofd wordt gezien als over een paar maanden de balans voor 2011 wordt opgemaakt. Dat zou dom zijn, want het is een van de beste dansplaten van deze zomer.

 

Orchestre Poly-Rythmo: The 1st Album

Orchestre Poly-Rythmo
The 1st Album
Analogue Africa/Rushhour
Kijk, dat is leuk. Het allereerste album van het Orchestre Poly-Rythmo uit 1973 is weer verkrijgbaar. De meesten van u waren waarschijnlijk nog niet eens geboren toen die plaat uitkwam. Op een platenlabel in Benin trouwens, dus de kans dat er destijds een exemplaar in een Amsterdamse platenwinkel opdook was net zo groot als een tijger in het Vondelpark vinden.
Maar dankzij de onvermoeibare archivarissen van Analogue Africa is het album bijna veertig jaar later toch te koop, aangevuld met nog nooit uitgebracht materiaal. Het Orchestre Poly-Rhythmo (de Cotonou-Dahomey) is het grootste kassucces voor het Duitse platenlabel, dat sinds 2006 met veel zorg de ene na de andere vergeten parel uit Afrika opnieuw uitbrengt.
De bedwelmende fusie van afrobeat, jazzfunk en highlife van het Orchestre klinkt op hun eerste plaat nog rauw en rammelend, precies zoals je het eigenlijk graag hoort. Het orgeltje in ‘Yeye We Nou Mi’ heeft bijvoorbeeld meer valse toetsen dan je oma valse tanden. Maar de stompende ritmes en nimmer aflatende percussie trekken ook na decennia nog overtuigend aan je heupen.
Speciaal voor dit album heeft Analogue Africa een nieuwe serie in het leven geroepen, de ‘limited dance edition’. In diezelfde reeks verscheen tegelijkertijd Funky Rob Way van de Ghanese zanger Rob ‘Roy’ Raindorf. Zonder uitgebreide begeleidende boekjes maar voorzien van een scherpe prijs.
Beide albums bewijzen hoe bijzonder de West-Afrikaanse dansscene veertig jaar geleden was. Twee vergeten parels, opnieuw opgedoken door een stel fanatieke Duitsers. Met dank.

Vladislav Delay Quartet: Vladislav Delay Quartet

Vladislav Delay Quartet
Vladislav Delay Quartet
Honest Jon/Konkurrent
Hij maakt het je niet gemakkelijk, die Fin. Het openingsnummer van zijn nieuwe album bevat acht minuten pure noise. Alsof er een bulldozer door een waterleiding wordt geperst. Van alle projecten die Sasu Ripatti de afgelopen vijftien jaar ondernam, is het Vladislav Delay Quartet beslist een van de meest ambitieuze. Meer avantgarde dan techno, meer jazz dan house. Logisch ook, want hij vroeg behalve elektronicafreak Mika Vainio ook twee gerenommeerde freejazz-muzikanten mee naar Belgrado. Daar, in de oude studio’s van Radio Yugoslavia, nam hij acht lange, grotendeels geïmproviseerde tracks op in een gortdroge en hele ruimtelijke stijl. Als de storm van het openingsnummer is gaan liggen volgen meer elementen voor houvast. Ripatti is (als drummer) altijd een meester geweest in intrigerende ritmes en ook de staande bas en electropuls (in Hohtokivi) herinnert soms aan Delay’s technodub. Toch is dit kwartet een dappere nieuwe stap in het omvangrijke oeuvre van de Fin, waarschijnlijk ingegeven door de ervaringen die Ripatti opdeed met het Moritz von Oswald Trio waar hij eveneens deel van uit maakt. Dit naamloze album vergt veel van ongeoefende oren, maar geeft aan de doorzetter ook veel terug.

Max 404: Love & Mathematics Revisited

Max 404
Love & Mathematics Revisited
Eevonext
Erwin van Moll maakte in de jaren negentig samen met Terrace en Dylan Hermelijn deel uit van de eerste golf Nederlandse technomuzikanten. Op het album Love & Mathematics bewees de Brabander in 1995 nog veel meer in z’n mars te hebben. Het was destijds een van de eerste volwaardige dance-albums van de koude grond. Niet alleen in Nederland maar wereldwijd. Vond ook James Lavelle, die de downtempo-single Quiddity destijds licenseerde voor het hippe Mo’Wax-label. De kracht van Love & Mathematics zit niet alleen in de kwaliteit van de beats maar ook in de verscheidenheid ervan.Van Moll smeedt elementen uit breakbeats, jazz, filmmuziek en elektronica tot een melancholieke legering die ook zestien jaar na dato geen scheurtjes vertoond. Neem bijvoorbeeld het samen met Jochem ‘Newworldaquarium’ Peteri gemaakte I Do Not Feel Like An Alien In This Universe’, waarop Detroit techno en minimal music samenkomen. Deze heruitgave is geen exacte kopie van het origineel. Een paar zwakke nummers ontbreken en maakten plaats voor los (onbekend) werk uit diezelfde periode dat de tand des tijds beter heeft doorstaan. Love & Mathematics Revisited is daardoor iets meer chill en minder dansvloer dan het origineel. Maar nog even indrukwekkend als destijds.
René Passet

Azari & III: Azari & III

Azari & III
Azari & III
Cooperative Music/V2
Niks mis met vroeger. Als het aan het Canadese Azari & III had gelegen, was het tweetal twintig jaar eerder geboren zodat ze als pubers de Summer of Love op Ibiza hadden kunnen meemaken. Maar nee, Alixander III en Dinamo Azari groeiden op in het conservatieve en rijke Toronto en leerden pas later over house. Ter compensatie maken ze nu dansmuziek waar met dikke viltstift ‘retro’ op staat gekalkt. Met baslijnen uit de tijd dat Innercity, Frankie Knuckles en Marshall Jefferson over de dansvloer heersten en house nog hedonistisch en zwart klonk.  De fasettozang van Starving Yet Full (what’s in a name?) doet de rest. Daarmee schaart Azari & III zich in dezelfde divisie als Hercules & Love Affair, Tensnake en het 6th Borough Project, die hun drumcomputers ook het liefst uit de vorige eeuw hebben. Niet alles op het naamloze debuut van Azari & III overtuigt. Maar naast mislukte nummers als Undecided staan fantastische singles als Reckless en Hungry for the Power, die je woord voor woord wilt meezingen als je op de bassbin staat te springen. Als de RoXY nog had bestaan, had Azari & III er een vaste nacht gekregen.
René Passet

Marsmobil: Black Album

Marsmobil
Black Album
Compost
Roberto di Gioia is behalve muzikant, zanger en producer (o.a. voor Brian Ferry) ook stylist. Dat is goed te zien aan het artwork van Marsmobil’s vierde album. Een vrouw-met-baard maar dan sexy, met volle rode lippen en een zwoele oogopslag. Niet zoals iemand als Peaches het gedaan zou hebben. Nou heeft Marsmobil (behalve die baard) dan ook bitter weinig gemeen met de feministische powergirl. In de wereld van de Italiaan is iedere vrouw een kunstwerk wat aanbeden, verleid en bewierookt moet worden. In barokke, zoete en überzwoele popliedjes waarin de psychedelica van de sixties versmelt met jaren zeventig jazz en de zoemende elektronica anno nu. Alsof Burt Bacharach en Air (ten tijde van de meesterwerken Modular en Moon Safari) samen een Rhodes-piano rood schilderen terwijl de Beach Boys op de platenspeler ligt. De verschillen tussen het vorig jaar verschenen The Other Side zijn niet groot. Black Album is korter, minder poppy en gelikt maar nog altijd heel erg Marsmobil.  Prachtige pornomuziek.
René Passet

Cosmin TRG: Simulat

Cosmin TRG
Simulat
50 Weapons
Vernieuwende dansmuziek uit Roemenië. Kan het gekker? OK, we spelen een beetje vals want Cosmin Nicolae verruilde Boekarest onlangs voor Berlijn waar hij vriendjes werd met de boys van Modeselektor. Dat verklaart waarom z’n debuutalbum op het door hun gerunde 50 Weapons uit komt nadat Cosmin TRG eerder singles bij hippe labels als Hotflush, Hessle het Amsterdamse Rushhour onderbracht. Cosmins stijl laveert langs techno, dubstep en house en doet denken aan Mount Kimbie, Martyn en Scuba.  Alledrie producers  de bas in hun producties centraal stellen en de four-to-the-floor preferen boven de breakbeat als fundament. Het knappe aan Cosmins stijl is de bedrieglijk nonchalante toon die hij aanslaat. Het lijkt wel of hij z’n beats uit de losse pols programmeert terwijl hij tegelijkertijd een bak chips eet en speelfilm kijkt van Wes Anderson. Dit is dansmuziek die zich niet opdringt maar zich zachtjes in je hoofd nestelt. Daardoor werkt Simulat niet alleen prima in de club maar ook in de geborgenheid van de huiskamer. Zulke dansalbums zijn meestal blijvertjes.
René Passet

Motor City Drum Ensemble: DJ-Kicks

Motor City Drum Ensemble
DJ-Kicks
!K7/V2
Kijk, dat is een statement: je mixalbum beginnen met Sun Ra. Danilo Plessow alias Motor City Drum Ensemble houdt graag een open vizier op dansmuziek. En dus gaat zijn bijdrage aan de roemruchte mixserie DJ Kicks alle kanten op.

De serie heeft een naam hoog te houden. De recente DJ Kicks van Apparat, James Holden en Wolf + Lamb en Soul Clap zinderen nog na. Samen met Late Night Tales en de Fabric-series behoort de Duitse compilatiereeks tot de top der mix-cd’s. Maar erosie dreigt, dankzij een overvloed van gratis verkrijgbare podcasts via allerlei muzieksites. Waarom zou je nog een mix-cd kopen als ze gratis van Resident Advisor en DJ Broadcast te trekken zijn?

Simpel, omdat dj’s en muzikanten toch net wat meer moeite en energie stoppen in een DJ Kicks of Fabric-mix dan in een mp3-mixje. Dat blijkt ook nu weer. Motor City Drum Ensemble gaat diep en neemt allerlei spannende zijpaden in z’n 22 tracks tellende verhaal.

Via de reggaedub van Rhythm & Sound, de neo-house van Rick Howard en de dansbare soul van Peven Everett belanden we uiteindelijk bij Robert Hood, technobeest van het eerste uur. Om een nummer later doodleuk in de percussieve jaren tachtig-funk van Loose Joints te belanden.

Wie wil weten op welk muzikaal dieet de Frankfurtse houseproducer opgroeide, heeft aan deze veelzijdige en vaak verrassende DJ Kicks een goede kluif.